Kwartierstaat" /> Ancestral Author" />

18-08-06

Bronnen uit het oud Regiem

De parochieregisters zijn de meest bekende bronnen uit het oud regiem (ancien régime) maar zeker niet de enige bronnen die kunnen geraadpleegd worden door de genealogen.
Een belangrijke bron zijn de Weesakten. De wetgevend beschikkingen i.v.m. het weesbeheer waren in het ancien régime verschillend van streek tot streek.

Wie was wees?

Weeskinderen zijn minderjarige die één of beide ouders verloren hebben. Van streek tot streek was de leeftijd waarop men meerderjarig werd verschillend gewoonlijk tussen 11 en 28 jaar. Tot aan de invoering van het Franse Burgelijk Wetboek (1804) was dit 25 jaar.

Wie nam het weesbeheer waar ?

In de late middeleeuwen ontstond de schepenvoogdij omdat men meende het kind ten allen prijze te moeten beschermen en dat zijn goederen ten zijnen bate moesten beschermd worden. De voogden moesten vanaf dan verantwoording afleggen tegenover de schepen (in de dorpen) of de weesheren ( die in de steden de taak van de schepen overnamen). De voogden werden door de schepenen uit de lijst van de naaste bloedverwanten gekozen.

De Voogden

Wezen werden tot aan hun meerderjarigheid onder voogdij gesteld er was wel een stilzwijgende overeenkomst dat een huwelijk, het aannemen van een geestelijke staat of een openbaar ambt een einde maakte aan de voogdij. De opgedragen voogdij was de meest verpreide, na het overlijden van een van de ouders moest de andere binnen de 14 dagen en 6 weken aan de weeskamer het verzoek richten om een voogd te benoemen. De voogden waren bij voorkeur mannelijke bloedverwanten, meestal de grootvader, broer of oom van de wees. Er waren twee voogden een van vaderszijde en een van moederszijde deze moesten dan de eed afleggen na de aanvaarding van hun benoeming. Er werd ook een medevoogd op verzoek van de voogden aangesteld door de weeskamer om bij overlijden de opvolging te verzekeren.
De voogden moesten zich borgstellen tot zekerheid van hun beheer, zo moesten ze een inventaris opmaken van alle roerende en onroerende goederen van de minderjarige en jaarlijks moesten ze rekenschap geven aan de weeskamer. De inventaris die neergelegd moest worden bij de weeskamer diende als controle bij het einde van de voogdij.

De staat van goed

Of ook boedelbeschrijving werd door voogd opgemaakt vooraleer tot het voogdijbestuur over te gaan. Deze moest een nauwkeurige beschrijving van het vermogen van de minderjarige bevatten. Deze moest binnen een zeer korte tijd na de eedaflegging, op straf van boete, gebeuren. Maar ook hier konden de voogden makkelijk een verlenging krijgen van de termijn vooral indien er schulden waren.
De staten van goed werden overgeschreven in de weesboeken en kregen kracht van authenticiteit. De Staat van goed diende later als basis voor de rekenschap van de voogd en de verdeling van de erfenis, daarom vinden we naast de opsomming van de goederen ook het huwelijksregime van de echtgenoten en afschriften van huwelijkscontracten terug.

De weesrekening

Bij het einde van een voogdij maakten de voogden een eindreking op. De weesrekeingen bevatten al de uitgaven die de voogden moesten doen voor de wezen ze laten ons nu toe het dagelijks leven van onze voorouders op de voet te volgen.
De voogden stonden ook in voor de belegging van de weespenningen. Dir kon gebeuren door aankoop van onroerende goederen of renten. Tot de 15de eeuw was de belegging van weespenningen meestal een lening van beperkte duur tegen een intrest van 10%. Later werd dir een rentekoop waarbij men met beschikbare kapitaal lijfrente of erfrente kocht die ten allen tijde konden gelost worden.

12:00 Gepost door ® Roots in Genealogie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: weesbeheer, genealogie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.